Groene economie

27 September 2012

De overgang naar een duurzame economie biedt heel wat voordelen en kansen. Het creëert niet alleen nieuwe, duurzame sectoren en jobs, maar door de efficiënte aanwending van grondstoffen en ruimte worden ook heel wat kosten uitgespaard. Een duurzame economie biedt eveneens een sterk antwoord op de financiële crisis, de vergrijzing en de klimaatcrisis. Groen Dendermonde wil  in samenwerking met ondernemingsleven en middenveld een kader creëren dat een verregaande verduurzaming doeltreffend en economisch interessant maakt. Er worden op het Hoogveld ontwikkelen duurzame bedrijventerreinen ontwikkeld waar kringlopen gesloten en infrastructuurgebruik gedeeld en geoptimaliseerd worden.Wie wil verduurzamen zet ook in op een economie van nabijheid.

Deze wordt getypeerd door korte ketens: streekproducten worden lokaal geconsumeerd, winkelkernen sluiten aan bij woonkernen.

KMO's worden financieel ondersteund en krijgen toegang tot heldere informatie. Lokaal verankerde ondernemingen zorgen bovendien, veel meer dan de soms grillige multinationals, voor duurzame werkgelegenheid. Zo spelen ze een belangrijke sociale rol in de lokale samenleving. Het lokaal bestuur helpt hen die rol ten volle te spelen door ondernemers met elkaar, en met omwonenden en verenigingen in contact te brengen.

 

Groen Dendermonde stelt voor:

 

OPTIMAAL RUIMTEGEBRUIK

  • Groen Dendermonde wil dat de toegewezen ruimte optimaal benut wordt: er wordt  een belasting op leegstand geind en kan gerichte subsidies geven voor de aankoop/huur van leegstaande gebouwen in gebieden die ze wil heractiveren. Ze stimuleert de ontwikkeling van brownfields (vervuilde, braakliggende terreinen) en de verdichting van bedrijventerreinen. Door in verdiepingen te bouwen, of gezamenlijke ruimtes in te richten, kunnen bedrijven ruimte besparen. Bedrijven kiezen voor inbreiding i.p.v. uitbreiding. Ruimtegebruik moet ook intelligent zijn: een bruisend nachtleven geeft een meerwaarde aan de gemeente, maar moet niet ingepland worden binnen een woonwijk.
  • De gemeente geeft buurtwinkels, horeca en markten een centrale plaats in de gemeente en ontmoedigt projecten van grote shoppingcentra buiten het centrum.
  • De gemeente stimuleert innovatie door ruimte te bieden aan onderzoeksprojecten naast de bestaande industrie of diensten (bijvoorbeeld ruimte voor een medisch onderzoeksproject bij een ziekenhuis).
  • De gemeente voorziet in ruimte voor duurzame bedrijventerreinen, kringloopboerderijen en stadsboerderijen (zie verder).

ONDERSTEUNEN VAN ONDERNEMINGEN

  • De gemeente biedt een goede dienstverlening aan ondernemers. Er is één duidelijk aanspreekpunt waar ondernemers en starters terecht kunnen met al hun vragen. Dat gebeurt best in samenwerking met één van de 8 erkende ondernemingsloketten in Vlaanderen. Grotere gemeenten/steden hebben een ambtenaar en een schepen lokale economie.
  • De gemeente doet aan marktprospectie en voert een actief beleid om geschikte KMO's (kwalitatief, gespecialiseerd en duurzaam) aan te trekken en te ondersteunen. De gemeente denkt ook na over waar het best welke ondernemingen aantrekt: horeca en winkels horen typisch thuis in de kern van de gemeente, maar ook bepaalde kleinschalige productie (denk maar aan ambachten) en diensten zitten er op hun plaats.
  • De gemeente promoot doelgericht sectoren die sterk staan in de gemeente en die niet alleen duurzaam zijn, maar ook innovatief en/of banenscheppend zijn. De gemeente tracht dat ondermeer te doen door in te spelen op mogelijke synergieën tussen lokale ondernemingen.
  • De gemeente kiest voor innovatieve openbare aanbestedingen. De gemeente geeft zo stimulansen voor onderzoek en ontwikkeling in duurzame en innovatieve projecten. Het trekt zo ook innovatieve bedrijven aan en beloont hen.
  • De gemeente richt een commerciële raad op. Deze bestaat uit lokale ondernemers (industrie, diensten, handel, horeca, vrije beroepen) en geeft advies aan het schepencollege en de gemeenteraad zowel op vraag, als op eigen initiatief (belangenbehartiging). Uit dit structureel overleg tussen de bedrijven kunnen ook nieuwe initiatieven ontstaan.
  • Via digitalisering en begeleiding vermindert de gemeente de administratieve lasten van alle lokale ondernemingen. De digitale gegevens en databases van gemeenten worden opengesteld zodat allerlei toepassingen ontwikkeld kunnen worden.
  • De gemeente geeft beginnende ondernemingen een duwtje in de rug via een starterspremie. Daarnaast ondersteunt de gemeente ook startende buurtwinkels in wegkwijnende winkelstraten, kleine woonkernen en landelijke gebieden door het toekennen van vestigingssubsidies.
  • Allochtone ondernemers hebben heel wat barrières te overwinnen. Daarom begeleidt de gemeente, via het gemeentelijke aanspreekpunt en de ambtenaar van economie,  ondernemende allochtonen door hen wegwijs te maken in wetgeving, bedrijfsbeheer en contactpersonen. Grote steden kunnen een aparte instantie hiervoor inrichten. In de begeleiding werkt men samen met middenveld zoals UNIZO en migrantenorganisaties.
  • Vele gemeenten voeren een repressief beleid tegenover zogenaamde imagoverlagende winkels (nachtwinkels, belwinkels, en videotheken). Groen wil af van dit eenzijdig negatieve beleid. Overtredingen en overlast kunnen via een omkaderend en preventief beleid worden aangepakt. De gemeente informeert de ondernemers, communiceert regels, geeft advies en overlegt samen met de uitbaters hoe men leefbaarheid en imago kan verbeteren. De sector op zich mag niet geviseerd worden, overtredende winkels moeten wel kordaat aangepakt worden. De hoogte van belastingen (openingstaks en jaarlijkse belasting) en de vestigingsregels moeten gelijkaardig zijn met andere ondernemingen. Dit is nu vaak niet het geval.
  • De gemeente subsidieert verfraaiingswerken die de leefbaarheid en aantrekkelijkheid in handelsgebieden verhogen.
  • De gemeente herwaardeert markten (buurt-, rommel- , ambachts- en boerenmarkten). Ze zorgt voor leuke locaties die meermaals per week beschikbaar zijn.
  •  

DUURZAME ONDERNEMINGEN

  • De gemeente promoot, ontwikkelt en/of ondersteunt duurzame bedrijventerreinen. Bedrijven halen er schaalvoordelen uit gedeelde infrastructuur (energie-, water-, en andere infrastructuur) en een gecoördineerd grondstoffen- en afvalbeheer. Idealiter worden materiaalkringlopen gesloten, waarbij het afval van het ene bedrijf een grondstof kan worden voor het volgende. De gemeente:

o       organiseert contactmomenten waar bedrijven elkaar leren kennen en ervaring kunnen uitwisselen,

o       geeft financiële steun voor investeringen (studiekosten en ?projecten, en materiële investeringen) en het beheer van bedrijventerreinen,

o       zorgt voor juridische ondersteuning.

  • De gemeente streeft naar energie-efficiënte bedrijven. Ze bezorgt gratis energie-audits  en groene vouchers (waardebon die gebruikt kan worden voor groene investeringen). Ze geeft ook informatie over hernieuwbare energie en passief bouwen en verbouwen
  • De gemeente ondersteunt initiatieven van burgers om coöperatieven op te richten. Uit de praktijk blijkt dat coöperatief ondernemen een voortrekkersrol speelt in het ecologisch ondernemen. Het is daarenboven een erg democratische vorm van ondernemen: ieder heeft één stem en kan profiteren van de winsten.  Geïnteresseerden kunnen steeds bij de gemeente terecht voor praktische informatie en begeleiding. De gemeente biedt een ondersteunend kader en creëert voorwaarden. In praktijk worden coöperatieven vaak bevoorrechte partners bij openbare aanbestedingen van zodra die logische randvoorwaarden krijgen omtrent inspraak en participatie.
  • Voor een bedrijf een belangrijke beslissing neemt, die impact heeft op inwoners en leefomgeving, hebben de inwoners het recht op consultatie en participatie.
  • De gemeente sensibiliseert haar bedrijven tot een verantwoordelijk afvalbeleid via infobrochures met handige tips.
  • De gemeente onthaalt nieuwe bedrijven op een ontmoetingsdag. Daar geeft de gemeente informatie over het uniek aanspreekpunt en de duurzaamheiddoelstellingen binnen de gemeente.
  • Terrasverwarming is -mede door het rookverbod in de horecasector- aan een heuse opmars bezig. Terrasverwarming is echter enorm energieverspillend. De gemeente rekent deze verspilling mee in de belasting op terrassen.

DUURZAME PRODUCTEN EN CONSUMENTEN

  • De stad promoot streekproducten door netwerken van voedselteams uit te bouwen en verder te ondersteunen. Een voedselteam is een groep mensen uit dezelfde buurt, die samen voeding rechtstreeks aankoopt bij lokale producenten. De boer krijgt hierdoor een eerlijke prijs. Een gekend voorbeeld hier zijn de groentenpakketten.
  • Onze stad gebruikt consequent duurzame producten bij activiteiten en evenementen. Om iedereen in de stad mee te krijgen, houdt de gemeente een projectweek rond duurzaam produceren en consumeren.
  • De stad organiseert tal van activiteiten waarin bedrijven, verenigingsleven, scholen, en de bevolking participeren. Er zijn films, discussieavonden, debatten en lezingen. Er zijn ook workshops zoals rondleidingen in duurzame bedrijven, tentoonstellingen met een duurzaam thema en er wordt gekookt met duurzame producten. Groen Dendermonde wil deze bestaande activititeiten blijven uitbouwen.
  •  

 

LANDBOUW EN TOERISME

  • Groen Dendermonde wenst kringloopboerderijen te ondersteunen. Boeren werken samen om afval (mest) te hergebruiken als grondstof (bemesting van akkers of energiebron). De gemeente stimuleert samenwerking tussen boeren en geeft informatie over gezamenlijk bronnengebruik op ontmoetingsdagen.
  • De landbouwers worden gestimuleerd en om de stapte zetten naar duurzame productie (biologische landbouw, energie-efficiëntie, natuurlijke bemesting, aandacht voor waterkwaliteit en dierenwelzijn). Het geeft de informatie door over de verschillende subsidies die hier voorhanden zijn.
  • Landbouwers en ambachtslui worden betrokken in het toerismebeleid via promotie van streekproducten, hoevetoerisme (hoevehotels, -winkels en ?cafés) en ambachtstoerisme. De gemeente voorziet in fiets- en wandelstopplaatsen bij hoeves en ateliers, en vermeldingen in toeristische brochures.
  • Typische streekproductie (bijvoorbeeld de teelt van een streekgroente, productie van bepaalde voedingswaren of streekactiviteiten zoals brouwerijen/drukkerijen) wordt in de verf gezet door de creatie van een museum. De stad kan hiervoor een leegstaand gebouw opkopen en ter beschikking stellen. Er wordt samengewerkt met de sector om een jaarlijks feest of opendeurdag te organiseren.
  • Door het oprichten van hoevewinkels te stimuleren, promoot de gemeente ook streekproducten en ondersteunt ze de boeren. De gemeente geeft uitleg over de reglementering en hoe men de verkoop moet organiseren (promotie, voldoende aanbod en uitleg, klantvriendelijkheid, aanleg fietsenrek en picknickruimte).
  • De stad creëert een stadsboerderij. Een volwaardig landbouwbedrijf in de stad brengt producten dichter bij de consument, biedt leer- en ontspanningsmogelijkheden dichtbij huis, en de directe verkoop van verse producten is voordelig voor de boer. De stad verzamelt informatie bij praktijkvoorbeelden, zorgt voor een juridische basis, aanspreekpunt en een groep ondernemers die mee willen stappen in het project.
  • De stad legt de focus op Ecotoerisme: dit is toerisme dat vooral positief is voor de lokale bevolking, de plaatselijke handelaars, en het milieu. De gemeente maakt 'De Groene Sleutel' bekend bij de bevolking. Dit is het internationale keurmerk voor duurzame vakantieverblijven en -parken.
  • Steden en gemeenten zetten in op dagjestoerisme in eigen streek. Ze pakken uit met kwalitatieve bezienswaardigheden en een uitgebreid ontspanningsaanbod. De gemeente werkt met lokale gidsen, beschermt haar erfgoed, stelt trage wegen open, legt nieuwe fiets-, ruiter- en wandelpaden aan of gebruikt daarvoor landbouwwegen. Steden kunnen ook uitpakken met  kunst, mode, musea, monumenten, en een bruisend nachtleven. Steden trekken verschillende horecazaken aan voor diverse doelgroepen.

 

  • Stadstoerisme biedt ongetwijfeld een meerwaarde voor de stad (in de vorm van werkgelegenheid en eigen vrijetijdsbesteding), maar de hoge concentratie van toeristen, vooral in cultuur-historische centra, kan voor flink wat overlast zorgen. De lokale bevolking verliest privacy, krijgt stress door de drukte, en hun leefomgeving krijgt te maken met vervuiling. Het is dan ook belangrijk dat de stad een prioritaire aandacht schenkt aan de behoeften/belangen van de lokale bevolking. Het toerismebeleid is gericht op de juiste dosering: de gemeente kan bijvoorbeeld een beperking opleggen van het aantal hotels en chocoladewinkels wanneer die het centrum dreigen te overwoekeren. Deze nemen immers de plaats in van woningen en dienstencentra voor de bevolking. Het centrum moet leefbaar blijven. Toeristische investeringen dienen rekening te houden met zowel de maatschappelijke als de milieu-impact. Parkings bevinden zich beter buiten het centrum en de stad legt de klemtoon op openbaar vervoer.

Verschillende voorbeelden in Nederland (waar stadsboerderijen goed ingeburgerd zijn) zijn te vinden op http://library.wur.nl/way/bestanden/clc/1846192.pdf. In het Belgische Turnhout loopt momenteel een proefproject (2011-2013).